Waarom een rapportageRapportages tot 2007
In een rapportage luchtkwaliteit brengt een gemeente de luchtkwaliteit van haar gemeente in kaart. Op deze site zijn de rapportages van 2005 en 2006 verzameld van de gemeenten en de provincies (over de aanpak daarvan meer onder het kopje HOE op deze site).
Rapportageplichtig zijn gemeenten met een inwonertal van boven 100.000 inwoners, kleinere gemeenten in stedelijke gebieden (agglomeraties) en gemeenten waar men het vermoeden heeft dat de normen worden overschreden. Welke gemeenten rapportageplichtig zijn is vastgelegd in het Besluit luchtkwaliteit. De normen waaraan voldaan moet worden zijn door de Europese Unie vastgesteld om de gezondheid van mensen zoveel mogelijk te beschermen. Gemeenten moeten nagaan of er sprake is van overschrijdingen van de normen van de volgende stoffen: stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), koolmonoxide (CO) en benzeen (C6H6). Zo mag bijvoorbeeld de daggemiddelde concentratie van PM10 van 50 µg/m3 niet vaker dan 35 dagen per jaar overschreden worden. Deze norm is in Nederland het moeilijkst om aan te voldoen. De provincie beschrijft in haar rapportage ook of en waar de wettelijke normen voor de stoffen zwaveldioxide (SO2) en lood (Pb) overschreden worden. De provincie maakt daarnaast een totaal rapportage over de luchtkwaliteit op basis van alle rapporten van de gemeenten en rapporteert hierover aan het ministerie van Volkshuisvestiging Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Dit ministerie maakt op haar beurt een totaalrapportage voor heel Nederland. Voor het vaststellen van de luchtkwaliteit wordt gebruik gemaakt van een standaard landelijke methode. In deze methode wordt uitgegaan van de achtergrondconcentratie (jaarlijks vastgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de bijdrage van het verkeer van een bepaald wegvak. Voor het wegverkeer wordt gebruik gemaakt van het rekenprogramma CAR II voor de binnenstedelijke wegen. In het rekenprogramma zijn de verkeersintensiteit, het type verkeer en de doorstromingssnelheid belangrijke variabelen. Als de normen zijn overschreden of als ze naar verwachting in de toekomst nog steeds worden overschreden, dan moeten maatregelen worden getroffen. Om de luchtkwaliteit in een stad te verbeteren zal een gemeente een actieplan of uitvoeringsprogramma moeten opstellen.
Rapportage vanaf 2007
Inmiddels is de situatie veranderd. De normen voor luchtkwaliteit staan in Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en zijn in de Wet Milieubeheer paragraaf 5.2 verwerkt in Nationale Regelgeving. Het Besluit derogatie verleend Nederland uitstel van de normen voor PM10 en NOx. Om dit uitstel te krijgen heeft Nederland het Nationaal Samenwerkingprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld en daarmee ook een nieuwe rapportagemethodiek geďntroduceerd. Vanaf 2007 rapporteren gemeenten en provincies over de luchtkwaliteit via de zogeheten saneringstool. De rapportages per gemeente zijn hiermee komen te vervallen en daarmee is de meeste gevallen ook de informatievoorziening naar de burger verslechterd. De verplichting om informatie over de luchtkwaliteit toegankelijk en begrijpelijk te maken voor de burger is gebleven, maar de meeste gemeenten komen hier niet meer aan toe. De gegevens uit de saneringstool zijn wel openbaar, deze zijn te vinden op http://www.saneringstool.nl/.
|